Speuren 2017-05-10T14:48:12+00:00
Bij het Praktijkspeuren zoeken we met de hond naar 
een specifiek persoon. De hond volgt dan de persoonsgeur van degene die het spoor uitloopt. Deze persoonsgeuren bestaan uit een complex geurbeeld. Dit geurbeeld bevat namelijk verschillende onderdelen zoals: vetzuur (voor ieder mens uniek), huidschilfers, kledinggeur maar ook geur van de ondergrond zoals platgetrapt gras en kleine organismen. Voor de hond zijn de vetzuren het belangrijkste geurelement om te volgen. Daarom kunnen honden het spoor ook blijven volgen als de ondergrond van bijvoorbeeld gras in asfalt overgaat.

Het verschil met sportspeuren is dat er bij Praktijkspeuren het spoor niet precies gevolgd hoeft te worden. Hoeken die bij sportspeuren exact genomen dienen te worden mogen bij het Praktijkspeuren overlopen worden zolang de hond de geur maar weer oppakt. Dit kan gebeuren onder andere door de invloed van het weer, soort ondergrond, afleidingen zoals wandelaars, fietsers en auto’s. De wind en de windrichting zijn een belangrijke factor want daardoor verwaait de geur. De wind kan ook draaien. Hoe is het weer? Bijvoorbeeld zon, regen of sneeuw. Welke ondergrond? Bijvoorbeeld gras, asfalt, omgeploegde akker of zand. Belangrijk hierbij is hoe oud het spoor is. Is het een vers spoor, 2 minuten daarvoor uitgelopen, dan “hangt” de geur van de spoorloper nog in de lucht. Als het spoor 4 uur oud is dan hangt de geur veel lager. Ook is dan het geurbeeld van de ondergrond al heel anders geworden, er kan al een rottingsproces van de ondergrond, bijvoorbeeld bij grasland, begonnen zijn.

Speuren is teamwork. De hond is van nature een teamspeler en zal graag samen met zijn baas actief bezig zijn. De hond moet leren om de diverse geuren te onderscheiden en de juiste geur te volgen en de baas moet leren om de hond te “lezen”. Wat geeft de hond aan als hij de juiste geur heeft? Als hij twijfelt? Als hij geen geur meer heeft? Bijvoorbeeld: hoe is zijn houding, de stand van de staart en de stand van de oren. Praktijkspeuren versterkt de band tussen baas en hond!

Praktijkspeuren is geestelijk en lichamelijk heel vermoeiend voor de hond. Er zijn verschillende methodes om de hond het speuren aan te leren. Wij maken gebruik van een positieve leermethode, dus het speuren wordt aangeleerd zonder correcties of straf toe te passen. Hierdoor ontstaat een open en eerlijke relatie tussen baas en hond. Men kan gebruik maken van de roedeldrift, buit- of speeldrift, jacht- of voedseldrift. Elke methode heeft zijn voor- en nadelen. Het is de kunst om de juiste methode, of een combinatie daarvan te vinden die bij de baas en zijn hond past.

De methode die het meest gebruikt wordt bij het Praktijkspeuren is: een persoon loopt weg en verstopt een voorwerp. Hierbij wordt dan gebruik gemaakt van de roedeldrift (de spoorloper loopt weg) en buitdrift (de spoorloper verstopt een speeltje). Men begint met een recht spoor van een paar meter waar op het eind een voorwerp ligt. De spoorloper loopt in het begin ook nog terug over hetzelfde spoor. Dit wordt steeds verder uitgebouwd zodat het spoortje enkel, dus alleen heen, gelopen wordt en er worden dan ook hoeken in gelopen. Het uit te lopen spoor wordt langzaam in lengte uitgebouwd en men gaat ook trainen op verschillende ondergronden en in verschillende situaties.

Bij Praktijkspeuren is het doel: het vinden van de vermiste persoon.

Alles staat of valt bij de juiste training, zonder dwang!

X